ECLI:NL:RBNHO:2021:8095
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Huisvestingsvergunning terecht verleend ondanks eerdere vergunning en zonder aanvraag door huurder
Eiser had sinds 2005 een huisvestingsvergunning voor een andere woning en huurde deze woning van Stichting Intermaris. Na een schikking met Intermaris werd hem een nieuwe woning aangeboden waarvoor de huisvestingsvergunning op 24 februari 2021 werd verleend door de gemeente Purmerend. Eiser voerde aan dat hij de vergunning niet had aangevraagd en dat hij al in het bezit was van een vergunning voor zijn oude woning.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vergunning terecht was verleend. De huurovereenkomst tussen eiser en Intermaris impliceerde een aanvraag en de medewerker van Intermaris was bevoegd de vergunning te verlenen. De Huisvestingsverordening schrijft niet voor dat de vergunning alleen op aanvraag van de huurder kan worden verleend. Daarnaast was de oude vergunning feitelijk niet meer geldig omdat het gebruik van de oude woning was beëindigd.
Verder stelde eiser dat de woning niet geschikt was vanwege medische beperkingen en bouwkundige gebreken, en dat de beslistermijn niet was nageleefd. Deze stellingen konden niet leiden tot weigering van de vergunning omdat ze niet binnen de limitatief opgesomde weigeringsgronden vielen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de huisvestingsvergunning is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.