Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
WerkSaam Westfriesland,
Rechtbank Noord-Holland
De werkneemster, een ambtenaar in dienst sinds 2005, werd op 16 april 2021 geconfronteerd met de ontmanteling van een hennepkwekerij in haar woning met circa 245 planten. Op 3 mei 2021 werd zij op staande voet ontslagen door WerkSaam, met als reden haar betrokkenheid bij het opzetten en in stand houden van de kwekerij, het faciliteren van stroomdiefstal, het brengen in een chantabele positie, het niet melden van nevenactiviteiten en het niet melden van de politie-inval.
De werkneemster verzocht vernietiging van het ontslag en herstel in dienst, stellende dat het ontslag niet onverwijld was gegeven en buitenproportioneel, mede omdat haar echtgenoot verantwoordelijk zou zijn. WerkSaam betoogde dat het ontslag rechtsgeldig was vanwege de dringende reden en onverwijlde mededeling.
De kantonrechter oordeelde dat de betrokkenheid van de werkneemster een dringende reden vormt voor ontslag op staande voet, ook gezien haar functie met kwetsbare doelgroepen en ambtelijke verplichtingen. Het ontslag was onverwijld gegeven en medegedeeld. De stelling dat haar echtgenoot de kwekerij opzette deed niet af aan de geldigheid, omdat geen sprake was van zodanige druk dat zij geen weerstand kon bieden.
Het verzoek tot toekenning van een transitievergoeding werd afgewezen wegens ernstig verwijtbaar handelen. De proceskosten werden aan de werkneemster opgelegd. Het tegenverzoek tot ontbinding behoefde geen beoordeling omdat het ontslag niet werd vernietigd.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt als rechtsgeldig bevestigd en het verzoek tot vernietiging wordt afgewezen.