Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 september 2021 in de zaak tussen
[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster
(gemachtigde: L. Ritsma).
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om haar geen WIA-uitkering toe te kennen vanaf 28 januari 2021. Het besluit is gebaseerd op een medisch onderzoek van een verzekeringsarts en een arbeidskundig rapport.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het medische verslag zorgvuldig tot stand is gekomen en dat verzoekster onvoldoende onderbouwing heeft geleverd om aan de inhoudelijke conclusies te twijfelen. De verzekeringsarts concludeerde dat verzoekster beperkingen heeft door bekkeninstabiliteit, chronisch pijnsyndroom en psychische klachten, maar dat deze beperkingen niet leiden tot een toekenning van de WIA-uitkering.
Verzoekster kan tijdens de bezwaarfase nog aanvullende medische stukken indienen die het UWV kan betrekken bij de beoordeling. Omdat verzoekster tegen het arbeidskundig onderzoek geen aparte gronden heeft aangevoerd, blijft dit buiten beschouwing. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een voorlopige voorziening en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan het medische oordeel.