Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 september 2021 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. L.C. Husman).
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker was het niet eens met een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin werd vastgesteld dat hij voor 39,76% arbeidsongeschikt was. Na een bezwaarprocedure en een beroepsprocedure waarbij meerdere deskundigenrapporten werden ingewonnen, trok het UWV het bestreden besluit in en kende verzoeker een IVA-uitkering toe vanaf 29 mei 2017.
Naar aanleiding van de intrekking van het beroep vroeg verzoeker vergoeding van de proceskosten. De rechtbank stelde vast dat het UWV het beroep geheel tegemoet was gekomen en dat verzoeker recht had op vergoeding van de kosten van de beroepsfase, inclusief de kosten voor rechtsbijstand en reiskosten.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van een bedrag van € 2.628,52 aan verzoeker, bestaande uit kosten voor het indienen van het beroepschrift, het bijwonen van de zitting, schriftelijke zienswijzen na deskundigenonderzoek en reiskosten. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht door het UWV vergoed moet worden.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot betaling van € 2.628,52 aan proceskosten aan verzoeker.