Opposante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat geen tijdige beroepsgronden waren ingediend. Tegen deze beslissing stelde opposante verzet in.
De rechtbank beoordeelde het verzet zonder zitting en stelde vast dat de bewijslast voor tijdige verzending van de beroepsgronden bij opposante ligt. Opposante voerde aan dat de beroepsgronden op 29 juni 2021 per post zijn verzonden via een handmatig proces binnen haar organisatie, ondersteund door e-mailcorrespondentie.
De rechtbank oordeelde echter dat de verzendadministratie onvoldoende betrouwbaar was vanwege het ontbreken van controlemomenten en het handmatige karakter van het proces. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat de beroepsgronden daadwerkelijk tijdig waren verzonden.
De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring in stand bleef. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.