Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 319.964,24en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsvrouw
" [benadeelde 4] HANK GRON BREUKELEN KADESTRAAL 051".
" [benadeelde 5] - exploitatiekosten t.a.v. grondaankoop".
Naar het oordeel van de rechtbank valt hieruit genoegzaam af te leiden dat de betrokken personen genoemde geldbedragen hebben betaald aan de veroordeelde in het kader van de aankoop van grond die nooit geleverd is. In dit verband acht de rechtbank van belang dat in de omschrijving bij de overboekingen staat vermeld
“gron (de rechtbank begrijpt: grond) Breukelen”en
“grondaankoop”, dat een perceel grond in Breukelen veelvuldig voorkomt in diverse in de strafzaak bewezen oplichtingszaken en dat de betalingen zijn gedaan in een periode dat de veroordeelde zich stelselmatig aan oplichting heeft schuldig gemaakt en die oplichtingen steeds betrekking hebben gehad op de aankoop van grond door particulieren. Daarbij komt dat betrokkene ook niet heeft aangegeven of onderbouwd waarop de door hem ontvangen betalingen in zijn visie dan wel betrekking zouden hebben.
6.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 292.896,74.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
€ 292.896,74ter ontneming van door hem wederrechtelijk verkregen voordeel.