Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd en stelde beroep in bij de officier van justitie, die het beroep gegrond verklaarde en een proceskostenvergoeding van €256 toekende. Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter tegen deze beslissing, met name tegen de toekenning van de proceskostenvergoeding en de kwalificatie van de zaak als samenhangend met andere zaken.
De kantonrechter overweegt dat de officier van justitie ten onrechte de zaken als samenhangend heeft beschouwd, omdat de feiten, locaties en data verschillen en de werkzaamheden van de rechtsbijstandverlener niet nagenoeg identiek waren. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt een proceskostenvergoeding forfaitair toegekend per proceshandeling, waarbij de kantonrechter een wegingsfactor toepast passend bij de aard van de zaak.
De kantonrechter vernietigt de beslissing van de officier van justitie, wijst de proceskostenvergoeding toe aan betrokkene tot een bedrag van €387,25 en bepaalt dat deze door het CJIB wordt uitbetaald. De uitspraak is gedaan door kantonrechter B. Voogd en is openbaar uitgesproken.