ECLI:NL:RBNHO:2021:8632

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 januari 2021
Publicatiedatum
5 oktober 2021
Zaaknummer
8712318 \ WM VERZ 20-819
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete parkeren buiten de bebouwde kom op berm gegrond verklaard

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg. Hij stelde dat hij niet op de rijbaan, maar in de berm geparkeerd stond en dat hij niet in een onoverzichtelijke bocht stond, waardoor er geen gevaar of hinder was. De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

De kantonrechter beoordeelde aan de hand van een foto dat de plek waar het voertuig stond een met gras bedekte strook was, grenzend aan de rijbaan en landbouwgrond, en kwalificeerde dit als berm. Tevens bleek uit de foto dat het voertuig niet in de bocht stond, maar na de bocht. Op grond hiervan oordeelde de kantonrechter dat niet is komen vast te staan dat de overtreding is verricht.

Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de boete en de beslissing van de officier van justitie vernietigd, en werd bepaald dat het betaalde bedrag als zekerheidstelling aan betrokkene wordt terugbetaald. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete is gegrond verklaard en de boete vernietigd omdat het voertuig in de berm stond en niet op de rijbaan.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 8712318 \ WM VERZ 20-819
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 15 januari 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 januari 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen, tezamen met zijn vriendin, mevrouw Auee. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren buiten de bebouwde kom op rijbaan voorrangsweg.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene ontkent dat de gedraging naar aanleiding waarvan de boete is opgelegd, is verricht.
De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal is het volgende vermeld: “
…De Herenweg te Egmond aan den Hoef betreft een N-weg met meerdere onoverzichtelijke bochten. De plaats van de overtreding van betrokkene betreft een van die onoverzichtelijke bochten. Betrokkene heeft dus wel degelijk voor gevaar of hinder gezorgd door zijn voertuig daar te parkeren…Betrokkene heeft zich schuldig gemaakt het parkeren buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg…”.
Betrokkene stelt in zijn beroepschrift niet op de rijbaan te hebben geparkeerd, maar in de berm. Tevens stelt betrokkene dat hij niet stond geparkeerd in een van de onoverzichtelijke bochten en daarom dus niet heeft gezorgd voor hinder of gevaar.
De kantonrechter stelt aan de hand van de foto van de gedraging vast dat in casu sprake is van een met gras bedekte strook die zich bevindt langs de rijbaan. De groenvoorziening doet zich voor als een berm, grenzend aan respectievelijk de rijbaan en door een hek afgescheiden landbouwgrond. Onder deze omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat ter plaatse sprake is van een berm. Uit de foto van de gedraging blijkt dat het voertuig van betrokkene volledig geparkeerd staat in de berm. Tevens blijkt uit de foto dat betrokkene niet in de bocht staat geparkeerd, maar na de bocht.
De kantonrechter is op grond van voormelde feiten van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Nu de gedraging niet vaststaat, is de boete ten onrechte opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: