ECLI:NL:RBNHO:2021:8638

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 januari 2021
Publicatiedatum
5 oktober 2021
Zaaknummer
8725348 \ WM VERZ 20-828
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor parkeren in parkeerverbodzone zonder laden en lossen

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens parkeren in strijd met een parkeerverbodzone (bord E1). Hij betwistte de gedraging niet, maar voerde aan dat de auto slechts kort stond om een klant een andere auto te laten uitrijden voor een proefrit en dat zijn autobedrijf aldaar gevestigd is.

De kantonrechter baseerde zich op de verklaring van de verbalisant, waarin werd vastgesteld dat er gedurende ongeveer vijf minuten geen activiteit rondom het voertuig plaatsvond, zoals laden en lossen of het in- of uitstappen van personen. Er was ook geen geldige ontheffing waargenomen.

De kantonrechter oordeelde dat er sprake was van parkeren en dat de door betrokkene aangevoerde omstandigheden dit niet veranderden. Er was geen reden om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete bevestigd.

De uitspraak werd gedaan op 15 januari 2021 door kantonrechter B. Voogd. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting. Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken, mits de boete hoger is dan € 70,00.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren in een parkeerverbodzone wordt ongegrond verklaard en de boete bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 8725348 \ WM VERZ 20-828
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 15 januari 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 januari 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodzone (bord E1).
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene betwist de gedraging dan ook niet, maar doet een beroep op de omstandigheden van het geval. Betrokkene stelt dat aldaar zijn autobedrijf is gevestigd. Betrokkene vermoed dat de auto nog geen 5 minuten op de betreffende plek stond omdat deze auto aan de kant moest, zodat een klant een andere auto kon uitrijden voor een proefrit.
In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant het volgende:
“Bord E1 RVV 1990 is geplaatst aan de zijde van de weg alwaar het voertuig stond geparkeerd. Bij het constateren van het feit werd vastgesteld dat er gedurende een tijd van ongeveer 5 minuten geen activiteit met betrekking tot het voertuig plaats vond, zodat er geen sprake was van onmiddellijk laden en lossen van goederen, dan wel het in of uit laten stappen van personen. Ik heb geen voor dat gebied geldige ontheffing waargenomen…”.
In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring van de verbalisant dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
Uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat er geen sprake was van laden en lossen, zodat naar het oordeel van de kantonrechter vast staat dat er sprake was van parkeren. De door betrokkene aangevoerde omstandigheden maken dit niet anders, zodat de boete terecht is opgelegd. Betrokkene had een andere keuze moeten maken.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: