ECLI:NL:RBNHO:2021:8643

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 maart 2021
Publicatiedatum
5 oktober 2021
Zaaknummer
8725377 \ WM VERZ 20-834
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor parkeren in parkeerverbodszone

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens parkeren in strijd met een parkeerverbodszone, aangegeven met bord E1. Betrokkene maakte bezwaar en stelde dat de bebording op de locatie niet duidelijk was. De officier van justitie verklaarde het bezwaar ongegrond en betrokkene ging in beroep bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting werd de zaak aangehouden voor aanvullend proces-verbaal en foto’s van de verbalisant. Uit deze stukken bleek dat het voertuig van betrokkene geparkeerd stond naast een brug buiten een parkeervak binnen een duidelijk aangegeven parkeerverbodszone. De kantonrechter oordeelde dat het ontbreken van herhalingsborden binnen de zone niet relevant is, omdat bestuurders geacht worden alert te zijn op de bebording bij het binnenrijden van de zone.

De kantonrechter verwierp het verweer dat de bebording ongebruikelijk was aangebracht en stelde dat betrokkene zich had moeten vergewissen van de aanwezigheid van borden. De boete werd daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren in een parkeerverbodszone wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 8725377 \ WM VERZ 20-834
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 26 maart 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 januari 2021. De kantonrechter heeft de behandeling van de zaak aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een aanvullend proces-verbaal van de verbalisant te overleggen. Dit aanvullend proces-verbaal is op 2 maart 2021 ter griffie ontvangen. Vervolgens heeft betrokkene hier schriftelijk op gereageerd bij brief van 20 maart 2021. De kantonrechter heeft vervolgens uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1).
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal ondersteund met foto’s, is het volgende vermeld:
“(…) Wij krijgen ook veel meldingen over de Salibarak, Achterom, Hoedemakerssteeg. Deze meldingen gaan over parkeeroverlast, denk aan parkeren op de stoep of parkeren naast de brug. Aangezien wij al een nodige tijd op dit punt handhaven en dat er bebording aanwezig is, lijkt het duidelijk genoeg dat er op die locatie niet geparkeerd mag worden.(…)”
Naar aanleiding van de uitspraak van de kantonrechter van 15 januari 2021 heeft de officier van justitie nogmaals een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal is het volgende vermeld:
“Wat betrokkene aangeeft met betrekking tot de bebording klopt in zekere zin, er staat op de locatie waar de betrokkene foto’s van heeft gemaakt ook geen bebording. Deze bebording begint namelijk al veel eerder. (…) Er is geen legale inrijweg waar geen bebording staat. (…) De situatie was duidelijk…”.
De kantonrechter stelt vast dat op de foto’s van de verbalisant bij beide aanvullend proces-verbalen het een parkeerverbodszone betreft welke door middel van bebording is aangegeven. Daarnaast is het voertuig van betrokkene zichtbaar, welke geparkeerd stond naast de brug buiten een parkeervak. Dit betekent dat op grond van de verklaring van de verbalisant tezamen met de foto’s kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
Dat betrokkene geen verkeersbord E1 (zone) in de nabijheid van de plaats waar is geparkeerd, heeft waargenomen, is niet van belang omdat het hier een parkeerzone betreft. Bestuurders worden hierop attent gemaakt door middel van een waarschuwingsbord bij het binnenrijden van de betreffende zone. Bij het verlaten van de parkeerzone wordt dit wederom aangegeven met een bord. Niet is vereist dat binnen het gebied bij elke straat herhalingsborden geplaatst zijn. Van iedere weggebruiker mag worden verwacht dat hij/zij oplettend is op de aanwezige bebording. Dat de onderhavige bebording op een voor betrokkene ongebruikelijke of nieuwe plaats was aangebracht, maakt dit niet anders. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene zich had moeten vergewissen of er een bord stond en dat de omstandigheid dat betrokkene dit heeft nagelaten, voor rekening en risico van betrokkene komt. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: