ECLI:NL:RBNHO:2021:8685
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.D. Overbeek
- L. Boonstra
- S. Sicking
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van schuldwitwassen ondanks vermoeden criminele herkomst geld
De rechtbank Noord-Holland behandelde een zaak tegen verdachte die werd verdacht van schuldwitwassen van circa €46.540 tussen 2017 en 2020. Het onderzoek startte na de vondst van een hennepkwekerij bij de vader van verdachte, waarna ook verdachte financieel werd onderzocht.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van vier weken en stelde dat de contante stortingen op de studentenrekening van verdachte afkomstig waren uit criminele activiteiten. Verdachte en zijn raadsman voerden aan dat het geld afkomstig was van een erfenis van de moeder van verdachte.
De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie onvoldoende bewijs had geleverd voor de criminele herkomst van het geld en dat niet kon worden vastgesteld dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld uit een misdrijf kwam. De verklaring van de moeder werd als aannemelijk beoordeeld, mede gezien de leeftijd en omstandigheden van verdachte.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging schuldwitwassen. De rechtbank benadrukte dat het vermoeden van witwassen niet volstond zonder overtuigend bewijs en dat het Openbaar Ministerie onvoldoende onderzoek had gedaan naar de alternatieve herkomst van het geld.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist of moest vermoeden dat het geld uit een misdrijf afkomstig was.