Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
- de advocaat van betrokkene;
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene diende een klacht in tegen de beslissing van de zorgverantwoordelijke om zijn communicatiemiddelen in te nemen als onderdeel van verplichte zorg. De klachtencommissie verklaarde de klacht gegrond vanwege het ontbreken van schriftelijke mededeling van de beslissing, zoals vereist in artikel 8:9 lid 2 Wvggz Pro.
De instelling verzocht de rechtbank om deze beslissing te vernietigen, stellende dat de klachtencommissie buiten haar bevoegdheid was getreden door deze klachtgrond toe te voegen. De rechtbank stelde vast dat betrokkene zijn klacht niet had uitgebreid met een beroep op het ontbreken van schriftelijke mededeling en niet was verschenen bij de zittingen.
De rechtbank oordeelde dat de instelling terecht de inname van de communicatiemiddelen had besloten vanwege het risico op verdere schade door betrokkene. De klacht werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank overwoog tevens dat de klachtencommissie buiten haar bevoegdheid was getreden door de klacht uit te breiden, maar dat de rechtbank hierover slechts impliciet oordeelt.
De rechtbank wees het verzoek van de instelling af en verklaarde de klacht ongegrond. De beschikking werd op 5 oktober 2021 uitgesproken door rechter G. Drenth.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de klacht ongegrond en wijst het verzoek van de instelling af.