ECLI:NL:RBNHO:2021:8754
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen verstekvonnis inzake vluchtvertraging en compensatieplicht vervoerder
De zaak betreft een verzetprocedure van de Finse vervoerder tegen een verstekvonnis waarin zij was veroordeeld tot betaling van compensatie aan Airhelp, die de vordering van een passagier had gecedeerd. De passagier had door een vertraagde vlucht van Bangkok naar Helsinki de aansluitende vlucht naar Amsterdam gemist en kwam met meer dan drie uur vertraging aan.
De vervoerder stelde dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden en ATC-restricties, en dat zij alle redelijke maatregelen had getroffen om de vertraging te beperken, waaronder het omboeken van de passagier naar de eerstvolgende beschikbare vlucht. Airhelp betwistte dit en voerde onder meer aan dat de vervoerder niet tijdig in verzet was gekomen.
De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder tijdig in verzet was gekomen, dat de weersomstandigheden en luchtverkeersbeperkingen als buitengewone omstandigheden konden worden aangemerkt en dat de vervoerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat zij alle redelijke maatregelen had getroffen. De oorspronkelijke vordering werd daarom afgewezen.
Airhelp werd veroordeeld tot terugbetaling van het reeds betaalde bedrag aan de vervoerder, vermeerderd met wettelijke rente, en tot betaling van de proceskosten in de verzetprocedure. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard, het verstekvonnis vernietigd en de oorspronkelijke vordering afgewezen wegens buitengewone omstandigheden.