ECLI:NL:RBNHO:2021:880
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst en betaling huurachterstand met betwisting over verrekening en elektra kosten
De maatschap [eiseres] vordert betaling van een huurachterstand, incassokosten en boetes van de huurder [gedaagde] na beëindiging van de huurovereenkomst van een bedrijfspand. De huurder erkent een deel van de achterstand, maar beroept zich op onvoorziene omstandigheden vanwege de coronacrisis en stelt dat er afspraken zijn gemaakt over betaling in natura door levering van een motor en geluidswerende panelen.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst is geëindigd per 30 juni 2020 en dat de huurder terecht gehouden is tot betaling tot die datum. De stelling van omzetdaling door corona wordt onvoldoende onderbouwd en de afspraken over betaling in natura zijn niet definitief overeengekomen en niet nagekomen. De elektriciteitskosten worden toegewezen omdat de huurder onvoldoende heeft onderbouwd dat deze onjuist zijn.
De gevorderde boetes en buitengerechtelijke incassokosten worden eveneens toegewezen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van € 11.543,06 plus proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van € 11.543,06 aan huurachterstand, incassokosten en boetes.