Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 mei 2021;
- de akte overlegging producties van 19 mei 2021 met productie 1 tot en met 9;
- de akte overlegging producties tevens houdende vermeerdering van eis voor zover nodig van 16 juni 2021 met productie 10 tot en met 14;
- de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijke conclusie van eis in reconventie alsmede (voorwaardelijk) verzoek deelname derde partij van [gedaagden] . met 8 producties (hierna: de conclusie van antwoord);
- de conclusie in incident houdende vordering toelating tussenkomst ex artikel 218 Rv Pro van [eiser tot tussenkomst] met 5 producties;
- de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 218 Rv Pro van [gedaagden] .;
- de conclusie van antwoord in incident artikel 218 Rv Pro tevens akte tot referte van [eiseres] ;
- de faxbrief van [eiseres] van 27 augustus 2021;
- de conclusie van antwoord in het incident tot deelname derde partij van [eiseres] .
2.Feiten
3.De vorderingen in de hoofdzaak in conventie en (voorwaardelijke) reconventie
- in conventie de vorderingen van [eiseres] afwijst onder veroordeling van [eiseres] in de proceskosten,
- in (voorwaardelijke) reconventie, onder veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure, vermeerderd met de wettelijke rente
4.De beoordeling in het (voorwaardelijk) incident tot deelname derde partij
5.De beoordeling in het incident tot tussenkomst
6.De beslissing
24 november 2021voor het nemen van de conclusie van eis in de tussenkomst door [eiser tot tussenkomst] ,