Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2021:905

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 januari 2021
Publicatiedatum
4 februari 2021
Zaaknummer
15/973719-13
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Schikking
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 511c SvArt. 6:4:18 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging strafzaak door schikking en vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel

De rechtbank Noord-Holland behandelde op 19 januari 2021 een strafzaak tegen de veroordeelde, waarbij het Openbaar Ministerie een vordering had ingediend tot vaststelling van het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de betaling daarvan aan de Staat.

Tijdens de terechtzitting werd meegedeeld dat tussen het Openbaar Ministerie en de veroordeelde een schikking was getroffen conform artikel 511c Sv. Deze schikking hield in dat de veroordeelde een overeengekomen geldbedrag aan de Staat der Nederlanden zou betalen.

De veroordeelde heeft aan de voorwaarden van deze schikking voldaan, waardoor de rechtbank oordeelde dat de zaak van rechtswege is geëindigd op grond van artikel 6:4:18 Sv Pro. De rechtbank heeft daarmee de zaak formeel gesloten zonder inhoudelijke beoordeling van de strafvordering.

De beslissing werd genomen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Noord-Holland, bestaande uit de rechters Littooy, van der Heijden en van Dongen. De voorzitter was niet in staat het vonnis mede te ondertekenen.

Uitkomst: De strafzaak is van rechtswege geëindigd door een schikking waarbij de veroordeelde een bedrag van maximaal €685.206,88 aan de Staat heeft betaald.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, locatie Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/973719-13
Uitspraakdatum : 19 januari 2021
Vonnis van de rechtbank Noord-Holland, meervoudige strafkamer, op vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr), in de zaak tegen:
[de veroordeelde],
geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna de veroordeelde.

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 januari 2021.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie, mr. L. Haeringen.

2.Vordering

De vordering van de officier van justitie strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en het aan [de veroordeelde] opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel tot een maximumbedrag van € 685.206,88,.

3.De beoordeling

De officier van justitie heeft ter terechtzitting medegedeeld dat op grond van het bepaalde in artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering (Sv) een schikking is getroffen tussen het Openbaar Ministerie en de veroordeelde, welke schikking inhoudt de betaling aan de Staat der Nederlanden van een overeengekomen geldbedrag. De veroordeelde heeft inmiddels aan de uitvoering van die schikking gevolg gegeven, aldus de officier van justitie.
De rechtbank is van oordeel dat, nu de zaak van de veroordeelde reeds op 19 januari 2021 ter terechtzitting van de rechtbank is aangebracht en door de veroordeelde aan de voorwaarden van de hiervoor genoemde schikking is voldaan, de zaak overeenkomstig artikel 6:4:18 Sv Pro van rechtswege is geëindigd.

4.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing:
verstaat dat de zaak van rechtswege is geëindigd.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door:
mr. P.H.B. Littooy, voorzitter,
mr. C.A.M. van der Heijden en mr. F.W. van Dongen, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. R. Winter,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 januari 2021.
mr. P.H.B. Littooy is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.