ECLI:NL:RBNHO:2021:905
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging strafzaak door schikking en vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 19 januari 2021 een strafzaak tegen de veroordeelde, waarbij het Openbaar Ministerie een vordering had ingediend tot vaststelling van het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de betaling daarvan aan de Staat.
Tijdens de terechtzitting werd meegedeeld dat tussen het Openbaar Ministerie en de veroordeelde een schikking was getroffen conform artikel 511c Sv. Deze schikking hield in dat de veroordeelde een overeengekomen geldbedrag aan de Staat der Nederlanden zou betalen.
De veroordeelde heeft aan de voorwaarden van deze schikking voldaan, waardoor de rechtbank oordeelde dat de zaak van rechtswege is geëindigd op grond van artikel 6:4:18 Sv Pro. De rechtbank heeft daarmee de zaak formeel gesloten zonder inhoudelijke beoordeling van de strafvordering.
De beslissing werd genomen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Noord-Holland, bestaande uit de rechters Littooy, van der Heijden en van Dongen. De voorzitter was niet in staat het vonnis mede te ondertekenen.
Uitkomst: De strafzaak is van rechtswege geëindigd door een schikking waarbij de veroordeelde een bedrag van maximaal €685.206,88 aan de Staat heeft betaald.