Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 oktober 2021 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
- Een huurovereenkomst tussen [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 1] i.o Eigenaar [verzoeker] . Deze overeenkomst betreft het pand aan de [adres 1] ;
- Een mail van 8 oktober 2021 waarin [naam 1] (voorletter is niet vermeld) door [bedrijf 1] wordt gewaarschuwd voor teruglopende huuropbrengsten en mogelijke opzeggingen;
- Een bankafschrift op naam van [verzoeker] met een afschrijving van € 1274,24;
- Een mail van [naam 2] aan [verzoeker] waarin wordt opgezegd per 1 september;
- Een mail van dezelfde afzender gedateerd 16 juli 2021 (in het Engels) waarin ook wordt opgezegd, maar nu per eerdere datum;
- Een print met belastinggegevens van [verzoeker] betreffende inkomstenbelasting 2019. Het betreft een concept-aangiftebiljet. Aangegeven is een dat een aanslag van nihil is te verwachten;
- Een aangifte inkomstenbelasting van [verzoeker] over 2019. Uit de aangifte blijkt dat een negatief belastbaar inkomen is gesteld.
- Een huurafrekening opgesteld door [bedrijf 1] , gericht aan [naam 3] , met daarop onder meer de vermelding van adres [adres 3] en de vermelding van een bedrag te ontvangen van € 3.988,64;
- Een uitdraai van de betaalrekening van [naam 3] over de periode van 1 augustus 2021 tot 12 oktober 2021 met daarop onder meer te zien dat het hiervoor genoemde bedrag op deze rekening is gestort.