ECLI:NL:RBNHO:2021:9159
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voortzetting huur sociale woning wegens ontbreken huisvestingsvergunning
De zaak betreft een geschil over de voortzetting van de huur van een sociale huurwoning na het overlijden van de oorspronkelijke huurder, de moeder van eiser. Eiser vordert op grond van artikel 7:268 BW Pro voortzetting van de huur, stellende dat hij met zijn moeder een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde en dat hij voldoende zekerheid biedt voor betaling van de huur. Pré Wonen, de verhuurder, betwist dit en wijst erop dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden, met name het ontbreken van een huisvestingsvergunning.
De kantonrechter overweegt dat eiser weliswaar tijdig een vordering heeft ingesteld, maar niet aan de vereiste voorwaarden voldoet omdat hij geen huisvestingsvergunning kan overleggen. De aanvraag bij de gemeente is nog niet beslist en Pré Wonen heeft aangegeven dat het inkomen van eiser te hoog is voor een sociale huurwoning. De kantonrechter wijst de vordering af wegens het ontbreken van deze vergunning.
Daarnaast wordt de tegenvordering van Pré Wonen tot ontruiming toegewezen. Eiser verblijft zonder recht of titel in de woning. De ontruiming wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat eiser nog beroep kan instellen. De proceskosten worden aan eiser opgelegd. De kantonrechter concludeert dat eiser ook niet heeft voldaan aan de verzwaarde stelplicht omtrent de duurzame gemeenschappelijke huishouding.
Uitkomst: De vordering tot voortzetting van de huur wordt afgewezen wegens ontbreken van een huisvestingsvergunning en eiser wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning.