ECLI:NL:RBNHO:2021:9327

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 februari 2021
Publicatiedatum
22 oktober 2021
Zaaknummer
8601343 \ WM VERZ 20-638
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bevoegdheid verbalisant bij snelheidsovertreding buiten bebouwde kom

Betrokkene is beboet voor het overschrijden van de maximumsnelheid buiten de bebouwde kom met 27 km/u. Hij stelde beroep in tegen de boete en voerde aan dat de verbalisant niet bevoegd was om de boete op te leggen, onderbouwd met een proces-verbaal van beëdiging waarin twijfel zou bestaan over de bevoegdheid van de ondertekenaar.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. De kantonrechter overwoog dat volgens vaste rechtspraak de verbalisant geacht wordt bevoegd te zijn, tenzij gerede twijfel wordt aangetoond. Het overgelegde proces-verbaal toonde een ondertekening door een ambtenaar met mandaat, wat geen reden tot twijfel gaf.

De kantonrechter verwees naar jurisprudentie van het Hof Arnhem-Leeuwarden dat een afwijkende ondertekening of het ontbreken van een keuze tussen 'bevoegd ambtenaar van politie' of 'hoofd van dienst' geen twijfel rechtvaardigt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete bleef in stand. Proceskosten werden niet toegewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de snelheidsovertreding wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 8601343 \ WM VERZ 20-638
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 19 februari 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl te Zoetermeer.

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 5 februari 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 27 km/h.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Betrokkene heeft gesteld dat de verbalisant niet bevoegd is om de boete op te leggen. Ter onderbouwing daarvan heeft betrokkene erop gewezen dat in een door hem overgelegd proces-verbaal van beëdiging van verbalisant [naam] staat dat de verbalisant is beëdigd door [naam], terwijl volgens betrokkene niet is gebleken dat [naam] daartoe bevoegd was.
In een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 december 2019 (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:GHARL:2019:10797) is geoordeeld dat uitgangspunt is dat een verbalisant bevoegd is. De enkele betwisting van die bevoegdheid, dan wel het in meer algemene zin stellen van vragen daarover, is geen reden voor twijfel over die bevoegdheid. Dit is slechts anders indien hetgeen door (de gemachtigde van) betrokkene wordt aangevoerd gerede twijfel doet ontstaan omtrent de bevoegdheid van de verbalisant.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft betrokkene onvoldoende aangevoerd voor twijfel aan de bevoegdheid van de verbalisant. Het proces-verbaal van beëdiging dat door de gemachtigde is overgelegd bevat de naam van de ambtenaar die krachtens mandaat de besluiten heeft genomen en de ondertekening is zichtbaar. Dat de persoon die het proces-verbaal heeft ondertekend een ander is dan de functionaris waarbij de eed is afgelegd, vormt geen aanleiding te twijfelen aan de bevoegdheid van de ambtenaar. Het is vaste rechtspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden dat er bij een weggelakte ondertekening geen reden tot twijfel is (ECLI:NL:GHARL:2020:10616). Naar het oordeel van de kantonrechter dient een vergelijkbare conclusie te gelden bij een ondertekening als in het onderhavige geval. Ook het niet kiezen tussen de vermelding bevoegd ambtenaar van politie of hoofd van dienst geeft geen reden voor twijfel. Dat hiertussen een keuze moet worden gemaakt, blijkt niet expliciet uit het formulier.
De boete zal in stand worden gelaten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Nu het beroep ongegrond wordt verklaard ziet de kantonrechter geen aanleiding om proceskosten toe te kennen.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek op vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: