ECLI:NL:RBNHO:2021:9348

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 februari 2021
Publicatiedatum
22 oktober 2021
Zaaknummer
8762431 \ WM VERZ 20-864
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Boete voor negeren rood verkeerslicht ondanks emotionele noodsituatie

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het negeren van een rood verkeerslicht. Hiertegen werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, betrokkene verscheen niet. De kantonrechter baseerde zich op de verklaring van de verbalisant en het dossier, waaruit bleek dat de gedraging had plaatsgevonden. Betrokkene erkende de overtreding niet te betwisten, maar voerde aan dat zij in paniek was vanwege de naderende dood van haar vader.

De kantonrechter oordeelde dat ondanks de begrijpelijke stress, de verkeersregels voor iedereen gelden en het negeren van het rode licht een groot risico inhoudt. De keuze om het rode licht te negeren komt voor rekening en risico van betrokkene. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor het negeren van het rode licht wordt ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 8762431 \ WM VERZ 20-864
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 5 februari 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 5 februari 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene betwist de gedraging dan ook niet maar doet een beroep op de omstandigheden van het geval. Betrokkene voert aan dat zij overmand door emoties en in paniek op weg was naar haar vader omdat hij plotseling op sterven lag. Betrokkene stelt daarbij niet voorzichtig te zijn geweest.
Ondanks de begrijpelijke stresssituatie waarin betrokkene verkeerde, had betrokkene, net zoals iedere weggebruiker, zich aan de regels moeten houden. Dat betrokkene er al dan niet bewust voor heeft gekozen om het rode licht te negeren, dient dan ook voor rekening en risico van betrokkene te komen en te blijven. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter is van oordeel dat het negeren van het rode licht een groot risico met zich meebrengt voor alle weggebruikers en ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd dan ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: