ECLI:NL:RBNHO:2021:9373

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 februari 2021
Publicatiedatum
22 oktober 2021
Zaaknummer
8725410 \ WM VERZ 20-837
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete voor door rood licht rijden verworpen door kantonrechter

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet stoppen voor een rood licht bij een driekleurig verkeerslicht. Hiertegen stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens richtte betrokkene zich tot de kantonrechter.

De kern van het geschil betrof de vraag of betrokkene daadwerkelijk door rood licht was gereden. De verbalisant verklaarde direct zicht te hebben gehad op het verkeerslicht en dat het licht ongeveer drie seconden rood was toen betrokkene het negeerde. Betrokkene betwistte dit en stelde dat de verbalisanten niet konden vaststellen dat het licht rood was in zijn richting.

De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant betrouwbaar is en dat ook als het verkeerslicht pas rood gaf nadat de bestuurder de stopstreep passeerde, dit toch als door rood rijden kan worden aangemerkt. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens door rood licht rijden wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 8725410 \ WM VERZ 20-837
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 26 februari 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Appjection B.V. (M. Lagas)

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 februari 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“Gedragingsgegevens: Ik had direct zicht op het verkeerslicht en zag dat deze ongeveer 3 seconden op rood stond op het moment dat betrokkene dit licht negeerde en zijn weg vervolgde(…)”
Betrokkene is staande gehouden en heeft verklaard:
“Ik reed door oranje.”
Gemachtigde voert aan dat de verklaring van de verbalisant in het zaakverzicht geen ambtsedige verklaring is. Volgens vaste rechtspraak kan de vaststelling dat een gedraging is verricht ook op een niet-ambtsedige verklaring van een verbalisant kan worden gebaseerd. Het verweer van gemachtigde treft dan ook geen doel.
Aan de betrokkene is een boete opgelegd ter zake van het “niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht”. Betrokkene betwist de gedraging te hebben begaan en stelt dat de verbalisanten vanaf de plaats waar zij zich bevonden nimmer hebben kunnen constateren dat het verkeerslicht rood licht uitstraalde in de richting van betrokkene.
In onderhavig geval heeft de verbalisant verklaard direct zicht te hebben gehad op het verkeerslicht. De kantonrechter ziet geen reden te twijfelen aan de waarneming van de verbalisant en overweegt vervolgens dat ook wanneer op het moment waarop een bestuurder een stopstreep voorbijrijdt, het op enige afstand van die streep zich bevindende voor hem geldende verkeerslicht nog geen rood licht uitstraalt, niettemin kan worden gezegd , dat die bestuurder “door rood licht rijdt”, wanneer hij het verkeerslicht voorbijrijdt als het inmiddels rood licht geeft. De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is gebleken dat de gedraging waarvoor de administratieve sanctie is opgelegd, is begaan. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Nu het beroep ongegrond wordt verklaard ziet de kantonrechter geen aanleiding om proceskosten toe te kennen.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek op vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: