ECLI:NL:RBNHO:2021:9374

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 februari 2021
Publicatiedatum
22 oktober 2021
Zaaknummer
8742093 \ WM VERZ 20-846
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 13a WAHVArt. 14 WAHVArt. 2 lid 3 Bpb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling officier van justitie tot hogere proceskostenvergoeding na vernietiging boete

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd waartegen beroep werd ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep gegrond verklaarde en een proceskostenvergoeding toekende van €393,75. Betrokkene ging hiertegen in beroep bij de kantonrechter, die de beslissing van de officier van justitie vernietigde omdat de toegekende punten voor de hoorzitting onjuist waren vastgesteld.

De kantonrechter oordeelde dat een telefonische hoorzitting geen bijzondere omstandigheid is om af te wijken van de hoofdregel en dat het forfaitaire systeem van proceskostenvergoedingen leidend is. Voor de fase van het administratief beroep werden aan de gemachtigde twee punten toegekend met een wegingsfactor van 0,5, resulterend in een vergoeding van €525,00. Omdat reeds €393,75 was betaald, werd de officier van justitie veroordeeld tot een aanvullende betaling van €131,25.

Daarnaast werd een verzoek tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand in de procedure bij de kantonrechter toegewezen. Voor deze fase werden eveneens twee punten toegekend met een wegingsfactor van 0,25, wat resulteerde in een vergoeding van €262,50. De kantonrechter bepaalde dat de Staat der Nederlanden deze kosten moet vergoeden.

De uitspraak werd gedaan door kantonrechter S. Slijkhuis en is openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending.

Uitkomst: De officier van justitie wordt veroordeeld tot een aanvullende proceskostenvergoeding van €131,25 en vergoeding van kosten van rechtsbijstand van €262,50.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 8742093 \ WM VERZ 20-846
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 19 februari 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
Gemachtigde : Appjection B.V. (M. Lagas)

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep gegrond verklaard en proceskosten toegewezen. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 februari 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De officier van justitie heeft de bestreden beslissing en de initiële beschikking vernietigd. Daarmee is bewerkstelligd hetgeen gemachtigde van betrokkene met zijn beroep aan de officier van justitie beoogde te verkrijgen, te weten vernietiging van de initiële beschikking. Het beroepschrift van gemachtigde van betrokkene richt zich thans enkel tot de toekenning van een proceskostenvergoeding. Het beroepschrift aan de kantonrechter dient behandeld te worden als een verzoek op de voet van artikel 13a WAHV.
Betrokkene voert in het beroepschrift aan dat de officier van justitie in zijn beslissing de proceskosten onjuist heeft vastgesteld. De officier van justitie heeft een bedrag van € 393,75 toegekend. Er is ten onrechte een half punt toegekend voor de hoorzitting, terwijl er 1 punt toegekend had moeten worden met wegingsfactor van een half.
De kantonrechter ziet geen reden om gebruik te maken van haar matigingsbevoegdheid om voor de hoorzitting, in afwijking van de hoofdregel die volgt uit het Bpb, 0,5 punt toe te kennen. Dat sprake is van een telefonische hoorzitting betreft naar het oordeel van de kantonrechter geen bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 2 lid 3 van Pro het Bpb, reeds omdat een telefonische hoorzitting inmiddels gangbare praktijk is in zaken als deze. De mate van inspanning acht de kantonrechter evenmin relevant, nu sprake is van een forfaitair systeem van proceskostenvergoedingen.
Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie van 18 juni 2020, waarbij een kostenvergoeding ad € 393,75 is toegewezen, vernietigen en bepalen dat aan de betrokkene voor wat betreft de fase van het administratief beroep alsnog een hogere proceskostenvergoeding wordt toegekend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft in de fase van het administratief beroep de volgende proceshandelingen verricht: het indienen van een beroepschrift en de hoorzitting. Aan het indienen van een beroepschrift en de hoorzitting dienen 2 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt, gelet op het tijdstip van het indienen van het administratief beroepschrift, € 525,00. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Aldus zal de kantonrechter de officier van justitie veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 525,00 (=2 x € 525,00 x 0,5). Nu de officier van justitie reeds € 393,75 heeft voldaan aan gemachtigde van betrokkene, zal de officier van justitie worden veroordeeld in de kosten voor een bedrag van € 131,25.
Voorts is namens de betrokkene verzocht om vergoeding van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, gemaakt in de fase van het beroep bij de kantonrechter. Nu de beslissing van de officier van justitie worden vernietigd, komt dit verzoek voor vergoeding in aanmerking. De gemachtigde van de betrokkene heeft bij de kantonrechter de volgende proceshandelingen verricht: het indienen van een beroepschrift en de zitting. Aan het indienen van het beroepschrift en de zitting dienen twee punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt, gelet op het tijdstip van het indienen van het beroepschrift, € 525,00. Gelet op de aard van de zaak (het geschil betreft de toekenning van proceskostenvergoeding) past de kantonrechter wegingsfactor 0,25 (gewicht van de zaak = zeer licht) toe. Dit leidt tot de volgende berekening: 2 x € 525,00 x 0,25 = € 262,50.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de proceskostenveroordeling van de officier van justitie gegrond en vernietigt de beslissing van 18 juni 2020;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de gemachtigde tot een bedrag van € 393,75 en wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;
‒ bepaalt dat het bedrag van € 393,75 aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incasso Bureau te Leeuwarden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: