ECLI:NL:RBNHO:2021:9384

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 februari 2021
Publicatiedatum
22 oktober 2021
Zaaknummer
8970739 \ WM VERZ 21-8
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete wegens niet aangeven van richting bij rijstrookwissel

Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat hij bij het wisselen van rijstrook geen richting had aangegeven, wat volgens de verbalisant is vastgesteld. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, maar verscheen niet op de zitting. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk, waarna betrokkene hoger beroep instelde bij de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden. Betrokkene kon geen feiten of omstandigheden aandragen die de verklaring van de verbalisant in twijfel zouden trekken. Volgens de verkeersregels moet bij het wisselen van rijbaan of afslaan een richting worden aangegeven, wat betrokkene niet heeft gedaan.

De kantonrechter zag geen reden om de boete te matigen en verklaarde het beroep ongegrond. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken, mits de boete hoger is dan zeventig euro.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het niet aangeven van richting bij het wisselen van rijstrook wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 8970739 \ WM VERZ 21-8
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 12 februari 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 februari 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Op verzoek van de rechtbank heeft betrokkene laten weten dat hij niet naar de zitting wil komen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: Bij belangrijke zijdelingse verplaatsing geen teken met richtingaanwijzer geven.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“Gedragingsgegevens: Ik zag dat betrokkene reed over de Westerweg, komende uit de richting van de Nollenweg en rijdend in de richting van Heerhugowaard. Ik zag dat betrokkene op genoemde locatie van rijstrook wisselde om rechtsaf te slaan naar de Westtangent te Heerhugowaard. Ik zag dat bij het rijstrookwisselen geen richting werd aangegeven(…)”
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De verbalisant heeft verklaard dat betrokkene geen richting heeft aangegeven op het moment dat hij van rijstrook wisselde. Indien een bestuurder van rijbaan wisselt of met het voertuig afslaat, moet men een richting aan te geven. Dit heeft betrokkene niet gedaan, zodat de boete terecht is opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: