ECLI:NL:RBNHO:2021:9385

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 oktober 2021
Publicatiedatum
22 oktober 2021
Zaaknummer
21/725 V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging en gronden

Opposante heeft tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank, waarin haar beroepschrift niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet voldoen van het griffierecht, het niet indienen van gronden en het ontbreken van een schriftelijke machtiging, verzet ingesteld. De rechtbank heeft het verzet behandeld zonder zitting, conform artikel 8:54 Awb Pro, omdat het eindoordeel buiten redelijke twijfel stond.

De gemachtigde van opposante heeft nagelaten binnen de gestelde termijn alsnog een machtiging en de gronden van het verzet in te dienen, ondanks een aangetekende aanmaning. Op grond van artikel 6:6 Awb Pro in samenhang met artikel 8:55 Awb Pro en artikel 6:11 Awb Pro oordeelt de rechtbank dat het verzet niet-ontvankelijk is. Hierdoor blijft de eerdere uitspraak van 2 juli 2021 ongewijzigd.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging en het niet indienen van gronden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 21/725 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2021 op het verzet van

[opposante], opposante

(gestelde gemachtigde: [naam]).

Procesverloop

Opposante heeft bij brief van 25 januari beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 2 juli 2021 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
Opposante heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposante het griffierecht niet heeft voldaan, de gronden van het beroep niet heeft ingediend en geen schriftelijke machtiging heeft overgelegd.
2. Op grond van artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Awb in samenhang met artikel 8:55, eerste lid, van de Awb kan het verzet niet-ontvankelijk worden verklaard, indien niet is voldaan aan artikel 6:5 van Pro de Awb of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het verzet, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
3. [naam] heeft verzuimd bij het verzetschrift een machtiging over te leggen waaruit blijkt dat hij/zij namens opposante gemachtigd is een verzetschrift in te dienen. Tevens heeft hij/zij niet de gronden van het verzet ingediend. Bij aangetekende brief van 16 augustus 2021 heeft de rechtbank [naam] verzocht alsnog een machtiging over te leggen en de gronden van het verzet in te dienen. Onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 17 augustus 2021 is bezorgd.
4. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het verzet niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu gesteld noch gebleken is van omstandigheden die daaraan in de weg zouden staan (artikel 6:11 van Pro de Awb). Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak in stand blijft.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van
A.C. Karels, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2021.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.