ECLI:NL:RBNHO:2021:9426

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 maart 2021
Publicatiedatum
25 oktober 2021
Zaaknummer
8677083 \ WM VERZ 20-756
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WAHVArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete aan kentekenhouder wegens niet volgen voorsorteerstrook op kruispunt

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet volgen van de richting die de voorsorteerstrook op een kruispunt aangaf. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, maar de officier van justitie verklaarde dit beroep ongegrond of niet-ontvankelijk. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de overtreding is begaan. De verklaring is in beginsel voldoende bewijs, tenzij betrokkene specifieke feiten aanvoert die twijfel zaaien, wat hier niet het geval was. Betrokkene voerde aan dat hij had moeten worden staande gehouden en dat de boete daarom niet aan hem maar aan de bestuurder had moeten worden opgelegd. Uit de stukken bleek echter dat geen staandehouding mogelijk was, waardoor de boete terecht aan de kentekenhouder is opgelegd met toepassing van artikel 5 WAHV Pro.

De kantonrechter zag geen reden om de boete te matigen en wees het beroep af. Ook werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter S. Slijkhuis en is openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het niet volgen van de voorsorteerstrook wordt ongegrond verklaard en de boete aan de kentekenhouder bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 8677083 \ WM VERZ 20-756
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 4 maart 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Appjection BV (M. Lagas)

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 februari 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Bewijskracht zaakoverzicht
Betrokkene voert aan dat de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht geen ambtsedige verklaring is. Volgens vaste rechtspraak kan de vaststelling dat een gedraging is verricht ook op een niet-ambtsedige verklaring van een verbalisant kan worden gebaseerd. Dit verweer van gemachtigde treft dan ook geen doel.
Staandehouding
Betrokkene heeft aangevoerd dat hij had moeten worden staande gehouden. Als zich een reële mogelijkheid heeft voorgedaan tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig waarmee de geconstateerde overtreding is verricht, moet de boete aan die bestuurder worden opgelegd. De boete mag in dat geval niet aan de kentekenhouder van het voertuig worden opgelegd. Blijkens de stukken heeft in dit geval geen staandehouding plaatsgevonden. In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant het volgende: “
ik reed in privé auto”Uit de verklaring van de verbalisant blijkt naar het oordeel van de kantonrechter voldoende dat geen staandehouding mogelijk was. Uit deze verklaring kan men redelijkerwijs begrijpen dat er geen stopmiddelen aanwezig waren. De boete is daarom terecht met toepassing van artikel 5 WAHV Pro opgelegd aan de betrokkene als kentekenhouder.
Met betrekking tot de gedraging
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“Gedragingsgegevens:“Ik zag dat betrokkene als bestuurder gebruik maakte van de voorsorteerstrook met een pijl die wees in de richting rechtsaf en dat betrokkene geen gevolg gaf aan deze op de voorsorteerstrook aangegeven richting: pijl rechtsaf. Ik zag dat de overtreding plaatsvond ter hoogte van de kruising/splitsing: afrit naar Huijgendijk nummers 1-7 en 16. Ik zag dat bestuurder na het passeren van de stopstreep abrupt naar links stuurde. Ik moest afremmen om een aanrijding te voorkomen.(…)”
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de administratieve sanctie is opgelegd, is begaan. In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring van de verbalisant dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. Dat betrokkene zich de gedraging niet kan herinneren is onvoldoende om aan de waarneming van de verbalisant te twijfelen. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Nu het beroep ongegrond wordt verklaard ziet de kantonrechter geen aanleiding om proceskosten toe te kennen.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek op vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: