Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 19 februari 2021 ontkende betrokkene de overtreding en de kantonrechter stelde vast dat het dossier geen schouwrapporten bevatte die de overtreding konden bevestigen. De kantonrechter zag geen reden om de officier van justitie alsnog de gelegenheid te geven deze rapporten in te brengen, mede omdat het ontbreken van het C-bord op andere wijze ondervangen kan worden en dit bij het CVOM bekend is.
Omdat de gedraging niet is komen vast te staan, werd de boete ten onrechte opgelegd. Het beroep werd daarom gegrond verklaard en de beschikking en beslissing van de officier van justitie werden vernietigd. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene, vastgesteld op € 787,50.
De kantonrechter wees daarbij op het forfaitaire systeem van proceskostenvergoedingen en verwierp het verzoek tot matiging van de kostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter S. Slijkhuis en is openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de boete wordt vernietigd en de officier van justitie wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.