ECLI:NL:RBNHO:2021:9435

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 februari 2021
Publicatiedatum
25 oktober 2021
Zaaknummer
8762524 \ WM VERZ 20-877
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 sub ac RVV 1990Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete parkeren in parkeerverbodszone ongegrond verklaard

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens parkeren in strijd met een parkeerverbod (bord E1). Hiertegen stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelde dat ondanks het ontbreken van een foto van de gedraging, de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt. De verbalisant verklaarde dat het voertuig gedurende ongeveer tien minuten stilstond zonder enige activiteit zoals laden, lossen of passagiers in- of uitstappen.

Op grond van artikel 1 sub Pro ac RVV 1990 is parkeren het laten stilstaan van een voertuig anders dan voor onmiddellijk in- of uitstappen of laden en lossen. Aangezien er geen activiteiten rondom het voertuig waren, was sprake van parkeren in strijd met het verbod. De boete is daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard. Proceskosten werden niet toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren in een parkeerverbodszone wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 8762524 \ WM VERZ 20-877
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 19 februari 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Appjection B.V. (M. Lagas)

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 februari 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1).
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Bewijskracht zaakoverzicht
Betrokkene voert daarnaast aan dat de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht geen ambtsedige verklaring is. Volgens vaste rechtspraak kan de vaststelling dat een gedraging is verricht ook op een niet-ambtsedige verklaring van een verbalisant kan worden gebaseerd. Dit verweer van gemachtigde treft dan ook geen doel.
Met betrekking tot de gedraging
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“Gedragingsgegevens: Bord E1 RVV1990 (zone) is geplaatst aan de zijde van de weg alwaar het voertuig de zone is binnengereden. Bij het constateren van het feit werd vastgesteld dat er gedurende een tijd van ongeveer 10 minuten geen activiteit met betrekking tot het voertuig plaatsvond, zodat er geen sprake was van onmiddellijk laden of lossen van goederen, danwel het in een uit laten stappen van personen.(…)”
Bij de stukken bevindt zich geen foto van de gedraging, evenmin is daar melding van gemaakt. De kantonrechter gaat er vanuit dat er geen foto is. Desalniettemin kan de gedraging, naar het oordeel van de kantonrechter, op basis van de verklaring van de verbalisant worden vastgesteld. De verbalisant heeft verklaard dat er gedurende 10 minuten geen activiteit met betrekking tot het voertuig plaats vond. Onder parkeren wordt op grond van artikel 1 sub Pro ac RVV 1990 verstaan “het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen”. Nu er geen activiteiten rondom het voertuig plaatsvonden is de kantonrechter van oordeel dat er geen sprake was van laden en lossen. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Nu het beroep ongegrond wordt verklaard ziet de kantonrechter geen aanleiding om proceskosten toe te kennen.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek op vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: