ECLI:NL:RBNHO:2021:9444

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 februari 2021
Publicatiedatum
25 oktober 2021
Zaaknummer
8820686 \ WM VERZ 20-956
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging van boete wegens onverzekerd bromfietsvoertuig na schorsing

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het niet verzekeren van een bromfiets op de betreffende datum. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter stelde vast dat de overtreding vaststaat omdat het voertuig daadwerkelijk niet verzekerd was. Betrokkene voerde aan niet op de hoogte te zijn van de verzekeringsplicht, maar dit werd verworpen omdat het de verantwoordelijkheid van betrokkene is om zich te informeren over de verplichtingen bij tenaamstelling van een voertuig.

Na ontvangst van de tweede boete heeft betrokkene het voertuig opnieuw geschorst, wat aanleiding gaf tot matiging van de boete. De kantonrechter matigde de boete tot €300 maar zag geen reden voor verdere matiging vanwege de lange duur voordat de schorsing plaatsvond.

Het beroep werd daardoor gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd. Tevens werd bepaald dat de betaalde zekerheidstelling aan betrokkene wordt terugbetaald.

Uitkomst: De boete voor het niet verzekeren van de bromfiets is gematigd tot €300 en de betaalde zekerheidstelling wordt terugbetaald.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 8820686 \ WM VERZ 20-956
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 19 februari 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 februari 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter overweegt dat de gedraging vast staat, omdat het voertuig op de genoemde datum inderdaad niet verzekerd is geweest. Dat betekent dat een sanctie kon worden opgelegd. Dat betrokkene niet wist van de verplichting om een verzekering af te sluiten, komt voor haar rekening en risico, omdat het aan betrokkene is om zich op de hoogte te stellen van de verplichtingen die zijn verbonden aan de tenaamstelling van een kenteken. Op het moment dat een voertuig op naam wordt gezet, dient het voertuig weer opnieuw verzekerd of geschorst te worden. Betrokkene heeft informatie geraadpleegd op de website van de RDW, maar niet goed genoeg gezocht. Na ontvangst van de tweede boete heeft betrokkene het voertuig opnieuw geschorst. De kantonrechter ziet aanleiding om de boete te matigen naar € 300,00. Voor een verdere matiging ziet de kantonrechter geen aanleiding, omdat het nog lang heeft geduurd voordat het voertuig weer opnieuw is geschorst.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 300,00 (met handhaving van de administratiekosten);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: