Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 oktober 2021 in de zaak tussen
[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker
(gemachtigde: mr. S. Eljarroudi en L. Donker-Kaat).
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker werd door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem geschorst voor opvang in een Wmo-locatie gedurende 28 dagen. Tegen dit besluit maakte verzoeker bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 3 september 2021 kwam verweerder tegemoet door opvang in een hotel te bieden, waarna verzoeker het verzoek introk.
De voorzieningenrechter behandelde vervolgens het verzoek tot proceskostenvergoeding. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) kan bij intrekking van een voorlopige voorziening, indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen, het bestuursorgaan worden veroordeeld in de proceskosten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder aan het verzoek was tegemoetgekomen en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten van €1.496,-, gebaseerd op twee punten voor rechtsbijstand. Tevens wees de voorzieningenrechter erop dat het griffierecht van €49,- door verweerder kan worden vergoed. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is veroordeeld tot vergoeding van €1.496,- aan proceskosten.