ECLI:NL:RBNHO:2021:9462
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening en oplegging wrakingsverbod
Verzoeker diende op 29 september 2021 een wrakingsverzoek in tegen de rechter mr. W.S.J. Thijs, ongeveer een half uur voor de geplande mondelinge behandeling van de hoofdzaak. Het verzoek richtte zich op vermeende partijdigheid van de rechter, onder meer vanwege het afwijzen van een uitstelverzoek en vermeende nauwe banden met wederpartijen.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend, omdat het wrakingsverzoek volgens artikel 37 lid 1 Rv Pro direct moet worden gedaan zodra de feiten bekend zijn. Daarnaast werd overwogen dat procesbeslissingen, zoals het afwijzen van een uitstelverzoek, in beginsel geen grond voor wraking vormen. Ook de motivering van die beslissingen kan slechts in uitzonderlijke gevallen aanleiding geven tot wraking, wat hier niet aan de orde was.
Verder concludeerde de kamer dat de aangevoerde gronden onvoldoende concreet waren onderbouwd en dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor vooringenomenheid. Gezien het tijdstip van indiening en de inhoud van het verzoek werd vastgesteld dat verzoeker misbruik maakte van het wrakingsrecht, hetgeen een wrakingsverbod rechtvaardigt.
De kamer verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk, bepaalde dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen en beval voortzetting van de hoofdzaak in de stand van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en er is een wrakingsverbod opgelegd wegens misbruik van recht.