Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 21 april 2021
- de mondelinge behandeling van 1 juni 2021, waarvan de griffier aantekeningen heeft bijgehouden die zich in het dossier bevinden
- de pleitnotitie van mr. Kotan namens [eiser].
2.De zaak in het kort
3.De feiten
4.Het geschil
in conventie
5.De beoordeling
beidengereduceerd) uurtarief voor de geleverde werkzaamheden. Dat betekent voorshands dat het uurtarief van [eiser] omhoog moet en dat van [gedaagde] (substantieel) naar beneden. Partijen dienen in hun volgende akten over en weer beredeneerde voorstellen te doen, voorzien van een betrouwbare uren-administratie.