ECLI:NL:RBNHO:2021:9642
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen handhavend optreden tegen geluidsoverlast door hanen en kippen in centrum
Eiser klaagde over geluidsoverlast door hanen en kippen van een kippenhouder die schuin tegenover hem woont in het centrum van een plaats. Hij stelde dat de hanen en kippen onaanvaardbare geluidshinder veroorzaken en dat de gemeente handhavend moest optreden op grond van artikel 4:6a van de Algemene plaatselijke verordening Edam-Volendam 2016 (Apv).
De gemeente had na meerdere controles door bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) geconcludeerd dat er geen sprake was van overtreding van artikel 4:6a Apv en weigerde handhavend op te treden. Eiser overwoog dat het onderzoek onvoldoende was en overhandigde een geluidsmetingrapport van een extern bedrijf, dat volgens hem overschrijdingen van geluidsnormen aantoonde.
De rechtbank stelde vast dat artikel 4:6a Apv geen objectieve normen bevat en dat de bevindingen van de boa’s, die het geluid slechts sporadisch hoorden en niet als hinderlijk beoordeelden, voldoende waren. Het rapport van het externe bedrijf overtuigde niet omdat de gebruikte normen niet in de Apv zijn opgenomen en de metingen aan de gevel niet de normen overschreden. Tijdens een onderzoek ter plaatse hoorde de rechter slechts incidenteel gekraai zonder dat dit onaanvaardbare hinder opleverde.
De kippenhouder verklaarde bovendien geen nieuwe hanen te zullen houden, waardoor de geluidsoverlast op termijn zal afnemen. De rechtbank concludeerde dat geen overtreding van artikel 4:6a Apv was vastgesteld en wees het beroep van eiser af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de gemeente is niet gehouden handhavend op te treden tegen de geluidsoverlast door hanen en kippen.