ECLI:NL:RBNHO:2021:968
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen bij verbouwing woning
De verdachte werd verdacht van witwassen omdat zij een woning zou hebben verbouwd met geld afkomstig uit een misdrijf. De officier van justitie stelde dat de verbouwing aanzienlijk duurder was dan opgegeven, wat een groot bedrag aan onverklaarbare uitgaven opleverde. Volgens het OM kon de verdachte dit niet verklaren, wat duidde op crimineel geld.
De verdediging voerde aan dat de verbouwing grotendeels in eigen beheer en met tweedehands materialen was uitgevoerd, en dat de gebruikte begrotingen niet bruikbaar waren om de werkelijke kosten vast te stellen. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om een vermoeden van witwassen te rechtvaardigen.
De rechtbank stelde vast dat de taxatierapporten waren opgesteld voor herbouw na brand en niet voor verbouwing, en dat er aanwijzingen waren dat de verbouwingskosten lager konden zijn dan door het OM gesteld. Ook de verklaring van een architect ondersteunde een lagere kosteninschatting.
Daarom was niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte wist of moest vermoeden dat de investering uit misdrijf afkomstig was. De verdachte werd vrijgesproken van witwassen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs dat de verbouwing met crimineel geld is gefinancierd.