Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 november 2021 op het verzet van
[X], te [Z], opposante.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
N. Joacim, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Noord-Holland
Opposante heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak van de inspecteur van de Belastingdienst. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet was voldaan. Hiertegen stelde opposante verzet in, stellende dat de griffierechtkosten van €49 onredelijk waren voor een zaak met een geldelijk belang van €30.
De rechtbank beoordeelde het verzet en concludeerde dat het niet-betalen van griffierecht inderdaad leidt tot niet-ontvankelijkheid, conform artikel 8:41, eerste lid, Awb. De hoogte van het griffierecht staat los van het geldelijk belang van de zaak. Er waren geen gronden om de eerdere uitspraak te wijzigen.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter S.K.A. Efstratiades en griffier N. Joacim op 8 november 2021.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.