Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[erfgenaam 3]wonende te [woonplaats]
[erfgenaam 4]wonende te [woonplaats]
gedaagden
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een vordering van de partner van de overledene tegen de erfgenamen tot betaling van kosten voor een grafsteen. De overledene had geen testament en de erfgenamen zijn haar ouders, broer en zus. De partner had de kosten voor de uitvaart en de grafsteen betaald en verzocht vergoeding van de kosten van de grafsteen.
De erfgenamen hadden de uitvaartkosten vergoed, maar stelden betaling van de grafsteen uit zolang de partner de erfstukken niet overhandigde en de grafrechten niet overdroeg. De kantonrechter oordeelt dat de kosten van de grafsteen een schuld van de nalatenschap zijn en dat er geen sprake is van twee tegenover elkaar staande verbintenissen, zodat opschorting niet gerechtvaardigd is.
Verder is vastgesteld dat de partner eigenaar is van de grafrechten en de erfgenamen geen recht op deze grafrechten hebben. De kantonrechter veroordeelt de erfgenamen hoofdelijk tot betaling van de gevorderde hoofdsom, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten, waarbij iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Tot slot benadrukt de kantonrechter het verdriet van beide partijen en moedigt aan tot een vreedzame oplossing in de toekomst.
Uitkomst: Erfgenamen worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van kosten grafsteen, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.