Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg meerdere administratieve verkeersboetes opgelegd wegens het overtreden van een geslotenverklaring. Hij stelde beroep in tegen de beslissingen van de officier van justitie, die deze beroepen ongegrond of niet-ontvankelijk verklaarde. De kantonrechter behandelde het beroep en oordeelde dat het ontbreken van de mededeling van het recht om te worden gehoord op de inleidende beschikking ertoe leidde dat betrokkene geen verzoek tot hoorzitting deed. Hierdoor mocht de officier van justitie niet op grond van artikel 7:17, onder d, van de Awb van horen afzien.
De kantonrechter vernietigde daarom de beslissing van de officier van justitie en beoordeelde het beroep tegen de inleidende beschikking zelf. Uit schouwrapporten bleek dat het C-bord aanwezig was en betrokkene dit bord was gepasseerd, ondanks dat dit niet op de foto’s zichtbaar was. De gedragingen vonden plaats tussen eind december 2020 en begin januari 2021, waarbij betrokkene na ontvangst van de eerste boete zijn gedrag had aangepast.
Hoewel elke overtreding afzonderlijk gesanctioneerd kan worden, leidde de opeenstapeling van boetes tot een onevenredig hoog totaalbedrag. Gezien de financiële situatie van betrokkene matigde de kantonrechter de tweede en volgende boetes tot nihil, terwijl de eerste boete in stand bleef. Tevens werd het bedrag van de zekerheidstelling terugbetaald. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De eerste boete blijft in stand, de overige boetes worden gematigd tot nihil en de beslissing van de officier van justitie wordt vernietigd.