Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek van de GI
4.Het standpunt van de ouders
5.De beoordeling
6.De beslissing
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [plaats] ;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 17 november 2022 het verzoek van de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers tot opheffing van de ondertoezichtstelling van een minderjarige. De ondertoezichtstelling was sinds 10 juli 2018 van kracht en was verlengd tot 31 maart 2023. De minderjarige verblijft week-op-week-af bij beide ouders, die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen.
De gecertificeerde instelling stelde dat de oorspronkelijke zorgen die tot de ondertoezichtstelling leidden niet langer aanwezig zijn. De ouders voeren de zorgregeling al geruime tijd goed uit, onderhouden goed contact en hebben het inzicht en de hulpverlening positief afgerond. De school signaleert een vrolijk kind en er zijn geen nieuwe meldingen bij Veilig Thuis. De moeder en haar partner hebben hard gewerkt aan de hulpverlening en zijn stabiel.
De moeder steunt het verzoek tot opheffing en geeft aan dat het contact tussen de ouders en hun netwerken goed verloopt. De vader was niet aanwezig bij de zitting maar uit stukken blijkt dat hij de ondertoezichtstelling graag gehandhaafd ziet, zonder concrete onderbouwing. De kinderrechter oordeelt dat de grond voor ondertoezichtstelling, de ontwikkelingsbedreiging, niet langer aanwezig is. De zorgregeling wordt nageleefd en de communicatie tussen ouders is verbeterd.
Daarom wordt het verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling toegewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na dagtekening.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt opgeheven omdat de ontwikkelingsbedreiging niet langer aanwezig is.