Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
22 september 2022.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde een zaak over het vaststellen van een definitieve zorgregeling voor een minderjarige na eerdere tijdelijke regelingen en een aanhouding van de procedure in afwachting van hulpverlening. De vader verzocht om een uitgebreide verblijfsregeling met een opbouw van drie maanden, terwijl de moeder een meer beperkte omgang voorstelde.
De Raad voor de Kinderbescherming en het hulpverleningsinstituut Levvel adviseerden een onbegeleide zorgregeling met opbouw en individuele hulp voor beide ouders. De moeder heeft hulp nodig om haar angst en controlebehoefte los te laten, terwijl de vader pedagogische ondersteuning krijgt om zijn rol als zelfstandig opvoeder te versterken.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van de vader tot een uitgebreide verblijfsregeling niet kan worden toegewezen vanwege onvoldoende stabiliteit in zijn situatie en het feit dat de moeder op woensdag de zorg wil behouden. Daarom werd een zorgregeling vastgesteld waarbij de minderjarige de ene week op woensdag en de andere week in het weekend bij de vader verblijft, met een geleidelijke opbouw van de omgang.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen dragen ieder hun eigen kosten. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam binnen drie maanden.
Uitkomst: De rechtbank stelt een definitieve zorgregeling vast met een opbouwschema waarbij de minderjarige de ene week op woensdag en de andere week in het weekend bij de vader verblijft.