ECLI:NL:RBNHO:2022:10770

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 mei 2022
Publicatiedatum
6 december 2022
Zaaknummer
9754009 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete voor overtreden geslotenverklaring strandopgang ongegrond verklaard

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen bij een strandopgang in het Helderse duingebied. Betrokkene voerde aan dat het bord C1 dat de geslotenverklaring aangaf, gedraaid stond waardoor hij niet kon weten dat de weg gesloten was.

De officier van justitie verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond en tegen deze beslissing stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter. Op de zitting was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, betrokkene verscheen niet. De kantonrechter nam het aanvullend proces-verbaal en de foto’s van de verbalisant in overweging.

De kantonrechter oordeelde dat de bebording bij de enige toegang tot de strandopgang duidelijk was geplaatst en dat betrokkene dit bord gepasseerd moest zijn om op de strandopgang te komen. Dat de slagboom openstond vanwege een storing deed hieraan niet af, omdat de bebording leidend is. Betrokkene had onvoldoende feiten aangevoerd om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.

Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd de boete gehandhaafd. Ook matiging van de boete werd niet gegrond geacht. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens overtreden van de geslotenverklaring bij de strandopgang wordt ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9754009 \ WM VERZ 22-261
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 13 mei 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 mei 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal, ondersteund met foto’s, is het volgende vermeld:
“(…)Ik weet dat het bord wat volgens verweerder “andersom” staat en waarvan een foto is meegestuurd, het bord is wat op de situatiefoto 3 van de bijlages staat op de plaats van bord 2 en is zodanig geplaatst dat het is te zien als je de strandopgang vanaf de strandzijde verlaat. Om de strandopslag vanaf landzijde op te rijden, passeer je het bord, wat in de bijlage op foto 1 en 2 staat en wat op het situatieoverzicht is benoemd als bord 1. Foto 1 dateert van 13 november 2020 en foto 2 dateert van 28 juli 2021. Ik heb ten tijde van de gedraging gecontroleerd of de bebording aanwezig was en ik heb gezien, dat beide C1 borden aanwezig waren. Ik heb de bon pas uitgeschreven, nadat ik de bebording had gecontroleerd op aanwezigheid. Ik weet dat je alleen op de plaats van de gedraging kunt komen met een auto, door gebruik te maken van de strandopgang, waar een geslotenverklaring geldt. Ik weet dat ten tijde van de gedraging de slagboom aan het begin van de strandopgang open stond vanwege een storing aan de detectielus, wat ook is vermeld in het pv. Ik weet, dat wekelijks alle bebording wordt gecontroleerd in het gehele Helderse duingebied en ben zelf verantwoordelijk voor herstel en vervanging. Foto 5 is een fotografische opname van de gedraging en op foto 6 is te zien dat er geen ontheffing of vergunning achter de voorruit aanwezig is”
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de aanvullende verklaring van de verbalisant ondersteund met foto’s – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene stelt dat het bord gedraaid was en dat hij daardoor niet kon weten dat er sprake was van een geslotenverklaring. De kantonrechter volgt dit verweer niet, nu de verbalisant heeft verklaard dat er bij de toegang van het duingebied, de enige plaats om op de strandopslag te komen, een bord C1 is geplaatst. Betrokkene moet dit bord gepasseerd zijn om op de strandopgang te komen. Dat de fysieke toegang niet werd belemmerd door een slagboom maakt dit niet anders, nu de bebording leidend is. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: