ECLI:NL:RBNHO:2022:10893
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig doen uitspraak op bezwaar WOZ-waarde en toekenning dwangsom
Eiser diende bezwaar in tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en stelde verweerder in gebreke wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. Nadat verweerder tijdens het beroep alsnog een uitspraak op bezwaar bekendmaakte, stelde eiser dat de WOZ-waarde niet langer in geschil was. De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is wegens de niet tijdige uitspraak op bezwaar en veroordeelde verweerder tot betaling van een dwangsom.
Eiser verzocht tevens om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank overwoog dat de redelijke termijn eindigt met de uitspraak op bezwaar die het geschil in de hoofdzaak beslecht. Omdat de termijnoverschrijding zich uitsluitend in de bezwaarfase voordeed en het geschil over de WOZ-waarde niet langer bestond, wees de rechtbank de immateriële schadevergoeding af.
Verder werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak verving het vernietigde besluit waarin het verzoek om dwangsom was afgewezen. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard wegens niet tijdig doen uitspraak op bezwaar, dwangsom toegekend, immateriële schadevergoeding afgewezen.