Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
pogingtot diefstal kan worden bewezen, omdat uit het proces-verbaal van aangifte blijkt dat de dader geld heeft weggenomen uit de woning van aangever, zodat sprake is van een voltooid misdrijf.
vermoedenvan herkenning van de verdachte als de persoon die op camerabeelden te zien is. Dit vermoeden wordt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende ondersteund door de overige bewijsmiddelen, waardoor vrijspraak op dit onderdeel moet volgen.
anderpersoon dan de verdachte op die (of een soortgelijke) foto door meerdere politiemedewerkers is herkend als de dader van deze woninginbraak. Nadat was gebleken dat deze als dader ‘herkende’ persoon niet de persoon op de foto is, is in onderhavige zaak de herkenning van de verdachte gebaseerd op diezelfde foto. Omdat (de kwaliteit van) die foto klaarblijkelijk voor mogelijk laat dat ook een ander persoon dan de verdachte in de afgebeelde persoon door diverse politiemedewerkers is te herkennen, gaat de rechtbank niet zonder meer uit van de juistheid van de herkenningen van de verdachte door de verbalisanten. Nu ondersteunend bewijs ontbreekt, zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van dit feit. In dat verband is nog van belang dat de bevinding van de verbalisant in het proces-verbaal van 1 februari 2022 dat de persoon op de foto vermoedelijk dezelfde persoon is als de persoon op beelden van de woninginbraak aan de [adres 5] te Amsterdam (zaaksdossier 2) slechts is gebaseerd op algemene overeenkomsten in postuur en kleding, en daarom niet als doorslaggevend bewijs wordt aangemerkt.
dadersporen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
30 (dertig) maanden.
[slachtoffer 2]geleden materiële schade tot een bedrag van
€ 450,- (vierhonderdvijftig euro), en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 450,- (vierhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 9 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2021 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 5]geleden materiële schade tot een bedrag van
€ 450,-(vierhonderdvijftig euro) en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 augustus 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan
€ 450,-(vierhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 9 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 augustus 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.