De rechtbank Noord-Holland heeft geoordeeld dat tussen partijen geen huurovereenkomst, maar een beheerovereenkomst bestond die op 1 februari 2021 is geëindigd. Gedaagde, M4Makelaar B.V., heeft de woning onrechtmatig in gebruik gehouden tot 1 februari 2022, waardoor eiser schade heeft geleden.
Eiser vorderde een schadevergoeding gebaseerd op de winst die gedaagde heeft genoten door het gebruik van de woning na beëindiging van de overeenkomst. De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat gedaagde netto voordeel heeft genoten en wees een bedrag van €18.600 toe. Daarnaast werden kosten voor schoonmaak en tijdelijke verblijfskosten toegewezen, terwijl vorderingen voor renovatie en verdwenen zaken werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs of ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van misbruik van procesrecht door gedaagde en wees het verzoek tot vergoeding van reële proceskosten af. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser.