Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[eisers 1]
[eisers 2]
3.
[eisers 3]
[erflater]
1.Het procesverloop
2.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
woensdag 21 december 2022 te 09.30 uur;
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekers dienden een verzoek in tot verlenging van de ontruimingstermijn op grond van artikel 7:230a BW. De kantonrechter oordeelde dat reeds bij een eerdere beschikking was vastgesteld dat geen sprake is van een huurovereenkomst, waardoor verzoekers geen aanspraak kunnen maken op ontruimingsbescherming. Daarom werden zij niet-ontvankelijk verklaard in hun nieuwe verzoek.
Verweerder had een tegenverzoek ingediend tot ontruiming van de percelen en dwangsom. De kantonrechter stelde vast dat dit tegenverzoek niet via verzoekschrift kan worden behandeld, maar via de dagvaardingsprocedure moet worden voortgezet. Het verweerschrift met het tegenverzoek werd als dagvaarding aangemerkt, en verweerder kreeg de gelegenheid om dit aan te passen aan de dagvaardingsregels.
De zaak werd aangewezen voor een rolzitting op 21 december 2022, waarbij verweerder de gedaagde(n) moet oproepen conform de wettelijke termijnen. Verzoekers werden veroordeeld tot betaling van proceskosten. Iedere verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot ontruimingsbescherming en het tegenverzoek tot ontruiming wordt voortgezet volgens de dagvaardingsprocedure.