Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Inleiding
14 april 2016 is de piketdienst van het CHTS benaderd door de eigenaar van een [pakketpunt] in Wijk aan Zee. Hij deelde mee dat er die dag 4 (vier) postpakketten waren ingeleverd door dezelfde persoon die ook op 8 april 2016 pakketten had aangeboden, die onderschept waren en drugs bleken te bevatten. Deze persoon zou vervolgens als bijrijder in een Volkswagen Caddy zijn gestapt met het kenteken [kenteken] (hierna: de Caddy).
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Beoordeling van het bewijs
– onder feit 1 – betrokken geweest bij de uitvoer van verdovende middelen naar het buitenland. De postpakketten die zijn aangetroffen in de Caddy waren geadresseerd aan ontvangers in onder meer Amerika, Duitsland, Argentinië en Noorwegen. De pakketten waren hiermee gereed voor verzending naar het buitenland. Daarnaast heeft de verdachte op 20 en 22 juli 2016 via Google gezocht op PostNL en DHL-locaties waar postpakketten kunnen worden verzonden, lag er op de bestuurdersstoel van de Caddy een ontvangstbewijs met daarop drie zendingen en lagen er in de middenconsole drie afleverbonnetjes van PostNL.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van de verdachte
7.Motivering van de sanctie
12-jaarsgrond/geschokte rechtsorde acht de rechtbank niet meer aanwezig, aangezien de ten laste gelegde feiten zich ruim zes jaar geleden hebben voorgedaan en de voorlopige hechtenis van de verdachte sinds 13 januari 2017 is geschorst. Nu de verdachte zich na de onderhavige feiten in 2016 niet meer schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit, acht de rechtbank ook de recidivegrond niet langer aanwezig.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
9.Beslissing
22 [tweeëntwintig] maanden.