ECLI:NL:RBNHO:2022:1144

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 februari 2022
Publicatiedatum
14 februari 2022
Zaaknummer
C/15/18/489 R
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 onder b FwArt. 350 lid 4 FwArt. 356 FwArt. 358 FwArt. 6:30 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schone lei bij beëindiging schuldsaneringsregeling wegens voldoening schulden

De rechtbank Noord-Holland behandelde het verzoek van schuldenares om toekenning van de schone lei binnen haar schuldsaneringsregeling. De regeling was uitgesproken in december 2018. In april 2021 bleek dat schuldenares gedupeerde was van de toeslagenaffaire, waarna de Belastingdienst alle geverifieerde schulden aan de boedel had voldaan. Een latere vordering van KPN werd niet geverifieerd, maar de Belastingdienst gaf aan deze via het Loket Private Schulden te zullen voldoen.

De rechtbank stelde vast dat alle schulden waarvoor de regeling geldt voldaan zijn of zullen worden voldaan, en dat schuldenares in staat is haar betalingen te hervatten. Daarom is beëindiging van de regeling op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro b Fw passend. Omdat bij deze wijze van beëindiging geen slotuitdelingslijst wordt opgemaakt, ontstaat geen schone lei. De rechtbank wees het verzoek van schuldenares om toch de schone lei toe te kennen af, omdat de wet dit niet toestaat.

De bewindvoerder had geadviseerd de schone lei toe te kennen, maar erkende op de zitting dat dit niet aan de orde was. De rechtbank bevestigde dat de regeling wordt beëindigd en dat het verzoek om schone lei wordt afgewezen. De vergoeding voor de bewindvoerder was reeds vastgesteld in een aparte beschikking.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling en wijst het verzoek om de schone lei toe te kennen af.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
insolventienummer: C/15/18/489 R
vonnis van 1 februari 2022
in de schuldsaneringsregeling van:
[schuldenares],
geboren op [geboortedatum] te [plaats] (Suriname),
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen: schuldenares.

1.De procedure

1.1.
Bij vonnis van 11 december 2018 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van schuldenares.
1.2.
Op 30 april 2021 is in de schuldsaneringsregeling van schuldenares een brief ontvangen van de Belastingdienst waaruit blijkt dat schuldenares een gedupeerde is van de zogenaamde toeslagenaffaire.
1.3.
[bewindvoerder], bewindvoerder, heeft verslag gedaan over het verloop van de schuldsaneringsregeling. De bewindvoerder heeft bericht dat de geverifieerde schulden zijn voldaan. Schuldenares heeft met gebruikmaking van een ‘Keuzeformulier wijze van beëindiging WSNP’ van de rechtbank Den Haag verzocht aan haar de schone lei te verlenen. De bewindvoerder heeft geadviseerd om schuldenares de schone lei toe te kennen.
1.4.
De rechtbank heeft de beëindiging van de schuldsaneringsregeling behandeld op de zitting van 31 januari 2022. Schuldenares en de bewindvoerder zijn verschenen.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank stelt op grond van de stukken vast dat de Belastingdienst alle tijdens de verificatievergadering vastgestelde vorderingen aan de boedel heeft voldaan. De bewindvoerder heeft vervolgens die vorderingen aan de schuldeisers betaald. Verder stelt de rechtbank vast dat Intrum Justitia daarna een vordering van KPN van
€ 703,76 heeft ingediend bij de bewindvoerder. De Belastingdienst heeft aan de bewindvoerder kenbaar gemaakt ook deze laatste vordering te zullen voldoen. Omdat de vordering niet is geverifieerd wil de Belastingdienst deze echter niet aan de boedel voldoen, maar moet de afhandeling van die vordering volgens de Belastingdienst plaatsvinden via het reguliere proces voor private schulden. Dat betekent dat schuldenares haar vordering zal kunnen indienen bij het Loket Private Schulden van de Sociale Banken Nederland (SBN). SBN betaalt de schuld vervolgens rechtstreeks aan de schuldeiser.
2.2.
Het voorgaande betekent dat alle schulden ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, zijn voldaan of zullen worden voldaan. Ten aanzien van de nagekomen en enige nog resterende vordering van KPN kan worden geconcludeerd dat schuldenares in staat is de betaling daarvan te hervatten, nu de Belastingdienst die vordering voor haar zal voldoen (en dat mag op grond van artikel 6:30 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek).
2.3.
De schuldsaneringsregeling komt daarom voor beëindiging in aanmerking op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro b van de Faillissementswet (Fw). De bewindvoerder heeft in haar advies erop gewezen dat de looptijd van de schuldsaneringsregeling is verstreken. Dat betekent echter niet dat de schuldsaneringsregeling niet meer kan worden beëindigd met toepassing van artikel 350 Fw Pro. [1]
2.4.
Omdat de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro b Fw is het verlenen van de schone lei niet aan de orde. Er zijn immers ook geen schulden meer ten aanzien waarvan de schuldsanering werkt die onvoldaan zijn gebleven of zullen blijven. De bewindvoerder heeft op de zitting alsnog erkend dat er daarom geen reden is tot het verlenen van de schone lei.
2.5.
Over het verzoek van schuldenares om aan schuldenares toch de schone lei toe te kennen, overweegt de rechtbank verder als volgt. Artikel 358 Fw Pro bepaalt hoe de schone lei ontstaat. De schone lei ontstaat door de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 356 Fw Pro; dus door het verbindend worden van de slotuitdelingslijst. Dit betekent dat de schone lei niet ontstaat als er geen slotuitdelingslijst is. In artikel 350 lid 4 Fw Pro is bepaald dat ook geen slotuitdelingslijst zal worden opgemaakt in de gevallen als bedoeld in het derde lid onder a en b (de vorderingen zijn voldaan of de schuldenaar is in staat zijn betalingen te hervatten). Er hoeft dan immers ook niets meer te worden uitgedeeld aan de schuldeisers.
2.6.
De Faillissementswet geeft de rechter niet de mogelijkheid om (toch) de schone lei toe te kennen. De rechtbank gaat om die reden voorbij aan het verzoek van schuldenares.
2.7.
De rechtbank ziet in het voorgaande aanleiding de toepassing van de schuldsaneringsregeling gelet op het bepaalde in artikel 350 lid 3 onder Pro b Fw te beëindigen.
2.8.
De rechtbank heeft de vergoeding voor de bewindvoerder en de overige kosten al eerder in een aparte beschikking vastgesteld.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
beëindigt de schuldsaneringsregeling,
3.2.
wijst het verzoek van schuldenares om daarbij de schone lei toe te kennen af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Kluit, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 1 februari 2022. [2]

Voetnoten

1.Hoge Raad, 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2337
2.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.