Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag tot compensatie van de transitievergoeding die zij aan haar ex-werkneemster heeft betaald. De arbeidsovereenkomst tussen eiseres en de ex-werkneemster werd ontbonden bij beschikking van de kantonrechter vanwege een verstoorde arbeidsverhouding, waarbij expliciet is vastgesteld dat het ontbindingsverzoek geen verband hield met de arbeidsongeschiktheid van de werkneemster.
Verweerder heeft de aanvraag voor compensatie afgewezen omdat de beëindiging van het dienstverband niet het gevolg was van ziekte of arbeidsongeschiktheid, zoals vereist in artikel 7:673e, eerste lid, onder a, van het Burgerlijk Wetboek. Eiseres voerde aan dat zij gedwongen was mee te werken aan de ontbinding en dat verweerder de wet te beperkt toepaste, maar de rechtbank oordeelde dat de wettelijke voorwaarden niet waren vervuld.
De rechtbank verwierp ook het verweer dat een hoorzitting had moeten plaatsvinden voorafgaand aan de wijziging van de grondslag van het besluit. De rechtbank concludeerde dat verweerder het primaire besluit terecht heeft heroverwogen en de aanvraag terecht heeft afgewezen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.