ECLI:NL:RBNHO:2022:11657
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen invoer harddrugs via Schiphol wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 20 december 2022 de strafzaak tegen de verdachte die werd verdacht van medeplegen van de invoer van heroïne en cocaïne via de luchthaven Schiphol. De tenlastelegging betrof meerdere incidenten in juli en augustus 2018 waarbij verdovende middelen via de zogenaamde 'airbag-methode' werden ingevoerd.
De onderzoeken Ryeford, Monston en Yimbun richtten zich op de betrokkenheid van verschillende Schipholmedewerkers bij deze drugssmokkel. De verdachte werd beschuldigd van medeplegen van invoer en/of voorbereidingshandelingen. De officieren van justitie vorderden een bewezenverklaring van de primaire feiten, terwijl de verdediging betoogde dat er onvoldoende bewijs was en dat opzet ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte uitvoeringshandelingen had verricht die duidden op medeplegen. Telefonische contacten en aanwezigheid op Schiphol waren verdacht maar onvoldoende om schuld vast te stellen. De verdachte werd integraal vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Wel werd een in beslag genomen patroonhouder onttrokken aan het verkeer, omdat deze was aangetroffen in het kader van het onderzoek naar de strafbare feiten gepleegd door anderen. De rechtbank wees verzoeken van de verdediging af omdat vrijspraak was uitgesproken.
De uitspraak benadrukt het belang van concreet bewijs voor medeplegen en het ontbreken daarvan ondanks verdachte omstandigheden en contacten tussen betrokkenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.