ECLI:NL:RBNHO:2022:11658
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen invoer harddrugs via Schiphol wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van de invoer van ruim 19 kilogram heroïne en ruim 10 kilogram cocaïne via Schiphol op 26 juli 2018, alsmede van voorbereidingshandelingen daartoe in de periode van 12 tot 28 juli 2018.
Het onderzoek Ryeford-Monston, uitgevoerd door het Cargo-Harc-team Schiphol, richtte zich op de zogenoemde 'airbag-methode' waarbij verdovende middelen via bagage op Schiphol werden ingevoerd met medewerking van luchthavenmedewerkers. Diverse telefoongesprekken werden afgeluisterd en geanalyseerd, maar de rechtbank vond dat de gesprekken onvoldoende concreet waren om verdachte aan te merken als medepleger.
De rechtbank oordeelde dat er geen voldoende concreet verband bestond tussen de in beslag genomen tas met drugs en de tapgesprekken, noch dat verdachte wist dat de gesprekken over de invoer van heroïne en cocaïne gingen. Ook voor de subsidiaire tenlastelegging van voorbereidingshandelingen ontbrak het bewijs van opzet.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van medeplegen invoer harddrugs.