Uitspraak
De vordering
€ 43.135,14en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Het verloop van de procedure
Het standpunt van de officieren van justitie
€ 43.049,14. Hierbij gaan zij kennelijk uit van een bedrag aan contante uitgaven via Western Union van € 4.296,26 (€ 4.644,00 - € 348,00) in plaats van een bedrag van € 4.382,26 (welk bedrag in het ontnemingsrapport staat vermeld en waarop de schriftelijke vordering was gebaseerd).
Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman
5.De beoordeling van de rechtbank
geenontnemingsvordering zou worden ingesteld. Dat is hier echter niet aan de orde. Van handelen in strijd met het verbod op willekeur is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake.
€ 43.049,14.
€ 43.049,14. aan de veroordeelde opleggen.
7.De toepasselijke wettelijke bepaling
8.De beslissing
€ 43.049,14
€ 43.049,14ter ontneming van door hem wederrechtelijk verkregen voordeel.