Eiseres, voormalig HRM-adviseur, heeft bezwaar gemaakt tegen het door het UWV vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage van 58,02%, dat leidde tot een loongerelateerde WIA-uitkering. Zij betwistte met name de medische beoordeling van haar belastbaarheid, met name de duur dat zij achtereen kan zitten en de geschiktheid van de geduide functies.
De rechtbank oordeelt dat het UWV de medische situatie van eiseres op 2 februari 2021 voldoende en overtuigend heeft onderbouwd met een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De door eiseres aangevoerde beperkingen zijn niet met medische informatie onderbouwd en de verzekeringsarts heeft rekening gehouden met concentratieproblemen en medicatiegebruik.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft op basis van de Functionele Mogelijkhedenlijst passende functies geduid die eiseres kan vervullen. De rechtbank vindt de toelichting op de geschiktheid van deze functies begrijpelijk en overtuigend, en wijst het beroep af. De vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage van 58,02% wordt gehandhaafd.
Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht omdat haar beroep ongegrond is verklaard.